skip to Main Content

Waakdienst bij een bijzonder mens

Een tijdje geleden waakte ik voor de 4e nacht bij een mevrouw die het liefst thuis wil blijven om te sterven. G; ze wil graag dat ik haar bij de voornaam aanspreek. Voor G ben ik Jeanine, Jannie, Josefine, Jeanet en het mooiste vind ik “meisje” haha, tenslotte ben ik 13 jaar jonger! G is terminaal ziek, dat zijn alle mensen die aan onze zorgen worden toevertrouwd. De meeste hulpvragers bij wie ik waak zijn zieker, soms al in coma en vaak kom ik er maar één keer. Bij sommige ben je langer, vooral als ze alleenstaand zijn en de mantelzorgers het klokje rond de zorg niet kunnen waarborgen.  Lees verder

Afscheid

Waken bij terminaal ziek man. Al tijdens de eerste waaksessie bleek dat de man en zijn echtgenote een hechte relatie hadden. De man wist dat hij ging overlijden en wilde afscheid nemen van zijn vrouw maar kon het niet. Schrijven ging ook al lang niet meer. Hij vroeg de vrijwilliger of zij in een brief voor zijn vrouw op wilde schrijven wat hij nog wilde zeggen. Hij dicteerde haar zijn woorden voor zijn vrouw. Als je dit meemaakt, voel je je als vrijwilliger een bevoorrecht mens.

Een al dan niet zo geslaagde wake

Wat doe je ’s nachts als het stil is en cliënt een rustige nacht heeft? Voor deze situatie nemen sommige vrijwilligers een laptop mee of een boek, een puzzel of iets dergelijks. Zo ook H.. Het beloofde een rustige nacht te worden. Was het ook. Dus hij sloot zijn laptop aan en ging aan de slag. Om zeven uur ‘s morgens dacht hij dat de wake succesvol verlopen was. Het verbaasde hem dan ook zeer dat de coördinator hem belde om te vertellen dat de cliënt had geklaagd: H. hoefde niet terug te komen. De reden was: H. had zijn laptop gebruikt en dat kostte elektriciteit en dat was zonde van het geld. De coördinator stuurde in overleg met H. een andere vrijwilliger want het waken was wel hard nodig. Hein haalde maar wat laconiek zijn schouders op, was zich nogmaals bewust van het feit dat mensen heel verschillend zijn en wachtte rustig op zijn volgende waakbeurt.

Zingen

Waken bij cliënte. In de keuken zet A. een kopje koffie voor zichzelf en neuriet zachtjes een geestelijk lied. De vrouw vraagt haar welk lied dat is en of ze de woorden nog kent. A. zingt het lied nog een keer en daarna zingt de vrouw zachtjes mee. Vraagt naar nog meer liederen om samen te zingen. Dan vertelt ze dat ze vroeger gelovig was en zo genoot van kerkelijke liederen. Na haar huwelijk met haar niet-gelovige man heeft de kerk en het zingen opgegeven. Haar man wilde niets maar dan ook niets over het geloof horen. Toen A. een bekend lied neuriede, kwamen de herinneringen aan haar geloof weer boven. Ze vroeg A. toen ze wegging om vooral toch de week later weer terug te komen om samen met haar te zingen. A. deed dat. De derde maandag zei ze: Wil je nog één keer met me zingen, want dit zal wel de laatste keer zijn. Een dag later overleed mevrouw. Haar zoon was onder de indruk van het feit dat het verleden nog zo diep in moeder aanwezig was. Dat had hij nooit vermoedt.

Back To Top